Innerlijke monsters: de angst die ín mij leeft – Bewust in Ontwikkeling

Innerlijke monsters: de angst die ín mij leeft

Lotte van Lith – Tijdens de bijeenkomst Existential Essentials in Guiding the Gifted, afgelopen november, kozen we naar aanleiding van een kringgesprek een aantal thema’s waarop we in groepjes van begeleiders verder associeerden. Thema’s die binnen de begeleiding van begaafde personen aanbod komen, maar ook voor de persoonlijke begeleider zelf gewichtig zijn.

Eén van deze thema’s betrof “innerlijke monsters”. Als facilitator begeleidde ik deze themadialoog. Daar voelde ik mij ook senang bij, bij dit direct als kwetsbaar aanvoelende thema.

Ik heb een persoonlijke geschiedenis met innerlijke monsters. Een haat&liefdesgeschiedenis, die met de jaren meer vrede en gelaagdheid kent. In deze blog doe ik enkele van deze monsters uit de doeken.

Bij het thema innerlijke monsters associeer ik zowel (de symbolische) monsters buiten mij om als de binnenhuidse griezels, die de regie over mijn handelen, denken en aandacht nemen. Ik heb eetstoornissen gehad, die ik met de jaren meermaals heb omschreven als monsters. Soms is deze herinnering ver weg, vaag, getroebleerd. Als ik er nu aan terugdenk, dan doemt langzaamaan dat (gevoelsmatige doch heldere) beeld van een innerlijke monster weer op. Een constante staat van alertheid, van angst, van controle. Ik stond niet in contact met anderen of mijn diepere zelf. Mijn hele beleven stond “in dienst van” veel sporten, weinig eten en calorieën tellen. Dat was oók een monster, omdat ik er zo in vastgedraaid was. Ik was bang voor mezelf en zo kon mijn bewuste zelf geen regie nemen, betere zelfzorg realiseren. Ik was ook woedend, woedend over een situatie waar ik aan leed en waar niemand zich zorgen over leek te maken. De woede was als voedsel voor het monster dat mij dicteerde zo min mogelijk te eten.

Wat of wie zijn de ‘buitenom’ monsters? Soms is dit ‘een groep’. Dan doemen angsten voor afwijzing, buitengesloten worden, monddicht gemaakt te worden, het-zwarte-schaap-zijn, het buiten mezelf raken door aanpassingen…Soms is dit ‘autoriteit’. Dan vrees ik machteloosheid, schuld, gewetensloosheid, onbegrip, onwetendheid. Monster associeer ik ook met “het onvoorspelbare”; dat mijn leven een wending kan nemen die ik nergens of nooit voorzien had, of die ik juist had kunnen weten, had ik maar helder opgelet. Waar ik nota bene verantwoordelijkheid over draag! Monster is ook weleens hetgeen ik niet goed invoelen kan, niet begrijpen kan, maar zelf wel ben: onbewust.
Ik herken deze angsten als symbolisering van situaties die ik doorgemaakt heb, waarin mijn directe sociale leefomgeving dreigend overkwam, gevoelsmatig wegviel of onheilzaam anders leek.

In de kern blijft monster voor mij de uitdrukking van angst die ín mij leeft: mentale beelden van fysieke angsten, die soms een hoofdrol spelen op een mentale kaart van de potentieel bedreigende wereld om mij heen. Toen ik na jaren van innerlijke conflicten gaandeweg meer psychologische bevrijding ging ervaren, was ik ervan overtuigd nu immens aangesterkt te zijn, daar ik de innerlijke monsters in de ogen had gekeken. Ik was de zelfhaat te boven, veel lelijker zal het niet worden, dacht ik. Maar een nuance is welkom. Ik leef niet in een omgeving waar vleesetende, spierkrachtige of giftige dieren mij uit het niets het leven ontnemen. Natuurrampen voltrekken zich weliswaar maar nog nooit als acute dreiging. Expliciet geweld is niet aan de orde van de dag, maand of jaar. Ik lijd geen honger, heb een dak boven mijn hoofd. Ik kan nadenken en schrijven óver monsters. Met andere woorden, ik óver-leef niet continu.

De beleving van innerlijke monsters is met toenemende mate bewustmakend geweest. Innerlijke monsters werden innerlijke conflicten. Tijdens de eetstoornis leerde ik steeds meer objectief te kijken naar wat er nou eigenlijk in mij afspeelde, naar mijn gedrag en de patronen van gevoelens, gedachten en keuzes die daarmee samenhingen. Voorbij de schaamte en het verdonkeremanen van de neurose, durfde ik waar te nemen én voor waar aan te nemen, dat ik mezelf erg hard, verwijtend, onderdrukkend en belastend tegemoet trad. Ik nam mezelf waar (c.q. er groeide een innerlijke waarnemer en een dieper zelf) en ontwikkelde een zelfbewustzijn dat milder en neutraler van aard was. Deze aard van het beestje in mij nam gradueel de leiding en kon de verleidingen van het monster ontspannen weerstaan. Ik kon, telkens weer even, baden in de vrede van mijn bewustzijn. Onderwijl dit diepere zelf zich ontwikkelde, werden mijn dromen steeds meer een weerspiegeling van de monsters die er overdag niet meer waren. Hoe ingenieus compensatorisch! Ook monsters willen gezien worden……

Via droomtherapie leer ik al associërend betekenissen te herkennen in droompatronen. Steeds vaker doemt daar een collectief onbewustzijn, meen ik. Ik droom over eeuwenoude dieren die de groteske oceaan tegemoet bewegen om daar vervolgens volledig in op te gaan, en voel de angst over mijn schrijnende onvermogen hier een halt toe te roepen, hen boven water en in zicht te houden. Waardoor ik mij afvroeg, is dit innerlijke monster – machteloosheid en het verlies van oeroude wijsheid – ook een tijdsgeest?

Eigenlijk weet ik bar weinig van monsters, en dat gegeven ‘an sich’ is beangstigend. Waar het op neer komt, is er binnen de context van de eigen psyche, toch maar naar toe te bewegen om de monsters die opdoemen beter te leren kennen. Oprechte nieuwsgierigheid, anders dan verblindende angst. De creativiteit van de menselijke psyche staat het toe om monsters te bevrienden, oók als ze er niet letterlijk zijn, tenslotte…